terug naar Klaas van Gorkum en Iratxe Jaio De zombies van Romero

Door Iratxe Jaio

Amerika bevond zich in de vroege jaren zestig in een economische crisis, die nog verergerde door de Vietnam oorlog. Uit teleurstelling over de Amerikaanse droom die maar niet uitkwam, en de onvrede met de maatschappij, ontstond toen een krachtige culturele tegenbeweging, die zijn uitwerking op de cinema niet miste.
Horror kreeg een belangrijke impuls. Regisseurs konden in dat genre hun rusteloosheid ten opzichte van het politieke klimaat kwijt. Er ontstond een nieuwe stijl, die werd gekenmerkt door een kritische houding en een voorliefde voor afwijkingen van de norm.

Zombies
Binnen deze historische context beleefde George A. Romero in 1968 zijn doorbraak met zijn eerste film ‘The Night of the Living Dead’. Het plot handelt over de perikelen van zes vluchtelingen die zich in een boerderij verschansen tegen zombies, oftewel lijken die door een geheimzinnig virus zijn gereanimeerd.
De film zorgde voor een revolutie binnen de horror cinema. Hij tilde het genre uit boven de obscuriteit van ondergrondse B-films. De nadruk verschoof van het overvloedig gebruik van bloederige special effects, naar een lugubere uitstalling van taboes in onze Westerse cultuur, zoals kannibalisme, de dood en de afbraak van traditionele gezinsverhoudingen.
Pas in 1978, tien jaar na zijn onverwachte debuut, wekte Romero zijn zombies weer tot leven met ‘Dawn of the Dead’. In deze film vormt een winkelcentrum het decor. De hoofdpersonen verdedigen zich er tegen de zombies die het complex omsingelen. Ze houden zich in leven met artikelen uit de winkels, en zijn omringd door luxe. Totdat de zombies doorstoten...

Shopping Mall
‘Dawn of the Dead’ is in vier maanden gefilmd op locatie in de Monroeville Mall, destijds het grootste en eerste winkelcentrum in zijn soort in Amerika. Deze shopping mall vervulde in de film een even belangrijke rol als de menselijke acteurs. Hij schitterde niet alleen als toevluchtsoord, maar ook als tragikomische gevangenis voor de verdoemde inzittenden.
Ook in Romero’s vierde zombiefilm, ‘Land of the Dead’, is een speciale rol weggelegd voor gebouwen en stedelijke architectuur. Ditmaal hebben de rijken zich verschanst in de versterkte binnenstad, die bestaat uit exclusieve kantoorcomplexen en glanzende wolkenkrabbers, terwijl buiten de armen zijn overgeleverd aan de zombies.
Het gerucht gaat dat Donald Rumsfeld, de Amerikaanse minister van Defensie model heeft gestaan voor Kaufman, de tirannieke zakenman die in deze film door Dennis Hopper gespeeld wordt. Op een gegeven moment roept hij, geconfronteerd met de groeiende onrust onder de leden van zijn huurlingenleger: “Wij onderhandelen niet met terroristen!”.
Romero heeft zijn sympathie voor de zombie nooit onder stoelen of banken gestoken. Voor hem is het een tragisch wezen, ontdaan van individualiteit en bewustzijn. Uit zijn vorig leven rest niets dan de automatische reflex van ingesleten maatschappelijke routines, zoals het rondhangen in winkelcentra. Hij heeft niet eens zozeer kwaad in de zin, maar willoos als hij is werpt hij zich op de levenden. Begerig naar een restje menselijkheid dat hij zelf niet meer bezit, en misschien zelfs nooit heeft gehad.
Het is eigenlijk vooral onder de levenden dat we volgens Romero de ware slechteriken vinden. De grootste bedreiging voor de mens is zijn medemens. We zijn tot alles in staat om te overleven, in een macaber proces van natuurlijke selectie. “We moeten rationeel blijven!” roept een wetenschapper in ‘Dawn of the Dead’ vertwijfeld, terwijl hij om zich heen de beschaafde samenleving in elkaar ziet storten.