terug naar Neeltje ten Westenend Citaten uit interviews

BEKEKEN WORDEN
“Of het park contacten bevordert? Ik denk misschien bij een hele kleine groep en verder zie ik er niet veel Nederlanders. Het nodigt ook eigenlijk niet uit om er eens gezellig op een bankje te gaan zitten. Het enige uitzicht wat je dan hebt zijn de flats en elkaar. Als je op een terrasje zit zie je nog eens wat langs komen, ook wel waardoor je in de lach schiet, maar je ziet nog eens wat. Het enige wat je hier ziet is af en toe een auto die voorbij schiet. Daar kan ik echt niet enthousiast van worden. Daar kan ik verder ook niet op reageren. Op dat punt zal het dus niet veel aantrekken.”
“Marokkaanse dames komen er wel bij elkaar zitten, om het een en ander bij te praten. Ze groeten me bijna allemaal, ook die vrouwen steken hun hand op. Normaal doen ze dat niet, vooral de gesluierde niet, maar er wordt hier gewoon gewoven. Niets aan de hand, ik vind dat normaal. Anderen zeggen misschien dat het niet normaal is, die hebben dan ook geen contact met die mensen. Ik kijk er naar en ik lach, ik geniet ervan. En als ik daar beneden loop en ik zie die schommel omgekruld om de stalen palen, dan loop ik er even lang om hem er weer af te halen. Dat is de enige wandeling die me het park intrekt. Voor mijn gevoel heb ik er niets te zoeken. Om er te gaan lopen of er te gaan zitten, nee. Ik denk dat als ik daar zou gaan zitten dat ik me er heel rot zou voelen. Dan zit je in je uppie en je weet of denkt dat er achter ieder raam iemand naar je zit te kijken. Je ziet het vanaf beneden niet goed, maar het kan goed zijn dat er iemand kijkt. Het geeft geen fijn gevoel, laat ik het zo zeggen. Om daar in mijn uppie daar te gaan zitten, nee. Dan heb ik echt zo van: wat zit ik hier te doen? Ik zou dat niet lang vol houden.” (Hans van de Heuvel, 8ste verdieping)

LUCHT LEZEN
“We maken heel vaak foto’s van ons uitzicht. Ik denk dat we ongeveer 200 foto’s hebben van luchten, luchten en luchten. Soms met de hele voorgrond erbij een andere keer juist alleen maar luchten. Je kan veel meer zien dan als je op de grond staat. Je hebt veel meer overzicht over de hele lucht. Soms zie je hier een hele mooie wolk en dan weer een wolk ergens anders. Je ziet bijvoorbeeld in november een hagelstorm al van heel ver aankomen, dat zijn een soort schijven in de lucht. Die zie je dan hier eentje liggen en daar eentje liggen, dat is heel mooi. En plotselinge buien zijn ook heel mooi. We leren de lucht lezen. Je hebt hier zo’n ontzettend panorama. En verder heb ik nog nooit zoveel regelbogen gezien in mijn leven als hier. Sinds dat we hier wonen zijn we er achter gekomen dat regenbogen doorlopen, als je ervan boven opkijkt dan lopen ze ook over gebouwen verder. Regenbogen zijn rond, een cirkel. We hebben hem nog nooit helemaal rond gezien, maar pas kwam dat in een wetenschapsquiz: als je helemaal vanuit de lucht er op kijkt zijn ze rond. Alleen vanaf beneden lijkt het een halve boog.”
(Marjolein Turin en Wouter van Ballegooijen,
10de verdieping) 



NIETS ZIEN
Ik hang wel eens uit het raam om te kijken waar ze zijn. Maar met al die bomen die zo mooi groen zijn zie je dus niets meer. Soms hoor je wel eens kinderstemmen daar, je hoort wel eens mensen schreeuwen. Ik heb het wel eens geprobeerd met een fluitje. Ze waren zelf de tijd vergeten, maar dat fluitje hoorden ze niet. Als ik mensen uit het raam hoor schreeuwen denk ik: oh nee... Dat vind ik niet... Daar houd ik niet van.”
(Karolien van der Woude, 9de verdieping) 



VERHOUDINGEN
“De diepte snapte ik in het begin niet helemaal. Het lijkt alsof het allemaal veel dichter bij elkaar is dan dat het is. Vanaf hier lijkt het alsof dingen vlak achter elkaar staan, maar als je het fietst dan doe je daar een kwartier over. Met het oog zijn de werkelijke verhoudingen bijna niet te begrijpen. Ik heb dat nog steeds, dan vraag ik me af waar de watertoren is. Die moet dan ergens daar en daar tussen zitten. Als mensen hier op bezoek komen dan proberen we uit te zoeken waar ze wonen, maar daar komen we vaak moeilijk uit.”
(Donna Risa, 12de verdieping)



AFSTANDEN
“Je laat bijna letterlijk de stad achter je, zo van de stad is de stad, de buitenwereld. Ik zit dan in mijn eigen wereld. Ik heb mijn foto’s, mijn hobby, mijn muziek. Ik doe de deur dicht en de stad is weg. Ik zie de stad van een afstand dus het stoort me niet meer. Ik heb een uitzicht op de stad, met de Dom en alles. Ik kan kijken naar de Bilt. Ik heb per ongeluk gemerkt dat ik zelfs Soesterberg kan zien. Er was zo’n hoge flat, daar in de verte, en daar was brand. Nou, ik zag het ineens in de fik staan! Dus ik bel 112 en toen zei die man: ‘wat gek, vanaf de Apollodreef, in jouw omgeving is er niets aan de hand’. Zegt ie: ‘ik kijk even op het scherm, joh het is Soesterberg, toch bedankt voor de informatie’. Maar die afstand is groot en dat geeft wel aan dat het een behoorlijke fik was.”
(Hans van de Heuvel, 8ste verdieping)

AVONDLICHT
“Ik heb mijn naam en ‘slaap lekker’ op mijn raam geschreven. Ik had dat een keer gezien in de winkel en dat materiaal geeft licht ’s avonds. Dat vond ik mooi om te kopen en als het ’s avonds laat is en je doet het licht uit dan geeft het verlichting. ’s Avonds geeft de Domtoren ook licht en dan geeft dat samen licht. Ook de lantarenpalen zie ik ’s avonds. Soms zie ik ook de ziekenhuizen, als er licht komt uit de kamers die openstaan. De speelplek hier kan ik niet zien ’s avonds, want die heeft geen lampen. Dat hebben we wel eens tegen de gemeente gezegt en er zouden misschien lantarenpalen komen bij het voetbalveld. Ik weet niet of dat nog zeker is. Bij de parkeerplaats, daar zo, is wel verlichting. Maar op het speelveldje daar niet, maar dat zou ik dus wel willen. Bij de voetbalkooi, als het weekend is, of vakantie, dan kunnen we veel meer voetballen. Nu is er ’s avonds niets te doen.”
(Shad Abdeslan, 8ste verdieping)