terug naar Neeltje ten Westenend Het verticale bouwblok

Le Corbusiers onverschilligheid tegenover de situatie wordt meestal versluierd door het vertoog, in een spectaculaire conceptie waarin het landschap alles is. Om ons een concreet oordeel te vormen van deze conceptie moeten we de grond laten voor wat hij is. Net zoals de Cité Radieuse geen naam en geen plaats heeft, heeft de Unité d'Habitation geen grond; zij ontkent de grond, verwijderd zich ervan, verheft zich op kolommen, zondert zich af. Deze ontkenning van de grond komt al tot uitdrukking in de Villa Savoye of in de Domino-ontwerpen en zal haar hoogtepunt bereiken in La Tourette, die ‘gedacht is vanuit de hemel’. De open begane grond is niet alleen het middel om het gebouw te verhogen, het meer zichtbaar maken; het is de ontkenning dat er op het niveau van de voorbijganger een andere relatie mogelijk zou zijn dan die van zuivere beschouwing. Eenmaal zover grijpt alles in elkaar: de open begane grond gaat samen met de verwerping van de ‘rue-corridor’, de straat versplintert in verschillende wegenstelsels en in ‘binnenstraten’: als de straat geen gang meer mag zijn, wordt de gang straat. De traditionele elementen van het stadsblok worden opgedeeld, opnieuw gedacht en gereorganiseerd in deze nieuwe eenheid die zich voordoet als een verticaal stadsblok waarin alle relaties omgekeerd en tegengesteld zijn. Men kan zich indenken, hoe een dergelijke omkering verhindert dat het gebruik zich ontwikkelt volgens de bestaande gewoontes en hoe het sociale project van Le Corbusier wel een totale verandering van de levenswijze van de bewoners met zich mee moest brengen. Elke verwijzing naar een stadsleven, naar het leven van de traditionele wijk, is afgeschaft: geen ‘hoek’ meer, geen ‘overkant’, heen ‘hiernaast’.