terug naar Sjaak Langenberg het echte leven

Uit mijn voordracht voor de ABKV, april 2007

In tegenstelling tot sommige opdrachtgevers of politici die cultuur zien als smeermiddel, weet ik nog steeds niet wat het is, kunst in de openbare ruimte, laat staan dat ik een formule voor mijn kunstenaarschap heb uitgevonden. In elke situatie krijgt het begrip en mijn kunstenaarschap een andere betekenis. In de ruim tien jaar waarin ik nu in opdracht in de openbare ruimte werk, heb ik een werkmethode ontwikkeld. Ik begin het liefst zo blanco mogelijk aan het project en wil het onderwerp ter plekke ‘vinden’, waarna ik het beste medium zoek bij een op maat van de omgeving gemaakt plan.
De aanleidingen voor kunstopdrachten zijn vaak banaal, omdat ze gewoonweg gerelateerd zijn aan de plekken waar geld voor kunst kan worden gegenereerd: uitbreidingswijken, renovatie-
projecten, nieuwbouw, overheidsgebouwen, infrastructurele projecten. Met de beste bedoelingen wordt er naar gepaste inhoud gezocht, maar zelden is de opdrachtformulering werkelijk betekenisvol.
Tegelijkertijd heb ik het altijd prettig gevonden om me te verhouden met de eisen van de opdrachtgever. Bewust zocht ik deze kaders op, omdat ik het werken met een zeer divers publiek in de openbare ruimte prefereer boven een galerie- of museumcontext. Ik voel me steeds weer uitgedaagd om op zoek te gaan naar de innerlijke noodzaak van een project. Een kanaal, een polder, een school of een plein bieden me veel fonkelnieuwe informatie, waardoor ik mezelf kan verrassen met ander inzichten.
Alhoewel ik met plezier op totaal verschillende locaties heb kunnen werken, merk ik echter dat de vraag van opdrachtgevers zich begint te herhalen. Ik heb mijn statement over Vinex-locaties inmiddels wel gemaakt…

Des te interessanter vind ik het, dat juist nu Overvecht op mijn pad komt. Er is iets vreemds met deze opdracht aan de hand. Ik heb voor het eerst het gevoel dat de noodzaak om een project te initiëren duidelijk in de opdracht en de context besloten ligt. ‘Als je inspirerende dansvoorstellingen voor kinderen kunt maken, breng ze dan ook dáár waar ze het hardst nodig zijn’. Vanuit die gedachte streek choreografe Wies Merkx van Merkx & Dansers neer in een ‘culturele woestijn’ las ik in het AD/Utrechts Nieuwsblad. Het gezelschap repeteert en presenteert in de Reuzenhal in Overvecht die ik bezocht. Waar ik op andere locaties altijd zelf op zoek ging naar fricties en pijnlijke plekken, worden ze in Overvecht op een dienblad aangereikt, al voel ik me niet geroepen om deze problemen op te lossen. Het is echter wel zinnig materiaal. Het gaat écht ergens over. En dat is iets waar ik altijd grote behoefte aan heb. Doordat ik in mijn directe omgeving de laatste jaren ben geconfronteerd met ernstige ziekten, is die behoefte alleen maar sterker geworden. Een vriend van me zei laatst dat het echte leven nu pas begonnen is. Dat onontkoombare gevoel heb ik ook als ik aan Overvecht denk. Hier is het echte leven begonnen.
Als reactie hierop ben ik enerzijds geneigd om de moralist in me sterker naar boven te halen. Als ik aan Overvecht denk, krijg ik soms het gevoel dat ik helemaal niet een project moet doen, dat de onderlinge relaties tussen de bewoners en de binding met de omgeving centraal stelt, zoals in de opdrachtomschrijving wordt geduid, ‘een live-moment in de wijk voor en met bewoners’, maar dat het project zich op een heel ander niveau moet afspelen. Misschien zet het wel veel meer zoden aan de dijk als ik een interventie pleeg op het wijkbureau en de opbouwwerkerscultuur tegen het licht houd. Ik vind het erg interessant dat er een ministerieel adoptieteam bestaat dat projecten in Overvecht begeleidt. Bij die ministers wil ik wel aan tafel schuiven. Ik werd ook getriggered door een opmerking van een Haagse cultuurwethouder dat theaterfestival de Parade, dat ook ieder jaar Utrecht aandoet, meer kleur moet krijgen, verwijzend naar de overwegend blanke bezoekers. Kortom: ik wil Overvecht niet als eiland benaderen, maar in de context van de rest van de stad en het land.
(…)
Voor welke strategie ik ook kies, als ik het over Overvecht wil hebben, zal ik eraan moeten ontsnappen: hoog boven de flats in een glazen lift samen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.