terug naar Renée Kool Renée Kool
zomer en herfst 2007

Beeldend kunstenaar Renée Kool werkt vanaf begin jaren negentig met projecten op locatie, zowel binnen als buiten het museum. In al haar projecten brengt zij op een prikkelende manier high en low culture met elkaar in verband.Haar werk heeft zijn wortels in de beeldende kunst, maar Kool ensceneert als het ware theatrale gebeurtenissen en maakt daarvoor ook gebruik van andere disciplines als theater, dans, film en muziek.

Zij richt zich altijd op de context waarin het project plaatsvindt. Daarbij kruipt zij in de huid van de ander, om, vaak met humor, ingesleten culturele aannames en projecties bloot te leggen. Zo zette zij een meidenfeestje in scène in het museum, compleet met
discomuziek en snoep, op een expositie over vrouwen en de beeldende kunst. Voor een expositie in de galerie van de prestigieuze en hiërarchische kunstacademie in Straatsburg vroeg ze de studenten om háár iets te leren. De 15 ‘lessen’ resulteerden in een film met camerawerk van beeldend kunstenaar Erik Weeda. Ook liet zij verschillende auteurs teksten schrijven voor de volkse Jan Klaassen en Katrijn, die zij wekenlang liet uitvoeren in bijzondere poppenkastvoorstellingen aan de Hofvijver tegenover het Binnenhof in Den Haag.
Vanaf medio jaren negentig ging ze op een meer theoretisch niveau nadenken over de relatie tussen kunst, media en het openbare. Zij werkte ondermeer samen met landschapsarchitecten en stedenbouwers. Ook volgde zij een opleiding nieuwe media, en ontwikkelde zij zich tot een uitstekend docente Film & Media Literacy.
De Adviescommissie Beeldende Kunst en Vormgeving (ABKV) heeft Renée Kool in Overvecht uitgenodigd, omdat ze al zo lang bezig is, zowel theoretisch als in de praktijk, met de onderwerpen mensen, media en stedelijkheid. Daardoor is zij ook kritisch, ze weet goed wat de grenzen zijn van wat haalbaar is bij zulke projecten. Kunst lost misschien geen maatschappelijke problemen op, maar kan wel ons denken scherpen en onze verbeelding stimuleren. 

Kijkmachines
Renée Kool is gefascineerd door de manier waarop de wereld is afgebeeld en geïdealiseerd in 19e-eeuwse Panorama’s en kijkmachines, maar ook in de hedendaagse nieuwe media. Het zijn vaak projecties van in de tijd gestolde, geïdealiseerde momenten.
Voor het fotowerk ‘A Sunny Summer Sunday Afternoon in Paris’, dat zij op verschillende manieren op tentoonstellingen en in de openbare ruimte presenteerde, legde zij met een amateurcamera uit de jaren zestig een panorama vast op een zonnige zondagmiddag in een park in Parijs. Eindeloos houdt een jongetje de bal hoog, een vrijend stel blijft in eeuwige omstrengeling en een paar uitgetrokken schoenen staan levensgroot, bijna als een ‘monument van de vrije tijd’ op de voorgrond.
In Overvecht intrigeerde het haar hoe de moderne stedenbouwers utopische toekomstverwachtingen op een wijk hebben geprojecteerd. Deze stelden het leven in de wijk als het ware voor als één lange zonnige zondagmiddag, waarin de verschillende gezinsleden zo comfortabel mogelijk zouden kunnen leven, met een speel- en parkeerplaats voor de deur en de school en winkels om de hoek. Overvecht was oorspronkelijk bedacht voor een heel andere samenleving. Renée Kool besloot om er te werk gaan als een archeoloog, om de ‘Geschiedenis van de Toekomst’ van de wijk bloot te leggen. Hoe waren de maatschappelijke verhoudingen in de tijd dat de architecten de wijk vormgaven? Hoe was de leefstijl van de eerste pioniers, die hun uitgewoonde arbeiderswoningen voor licht, lucht en ruimte in deze groene wijk mochten verruilen? En vooral: wat waren de toenmalige verwachtingen en verlangens? 

Monument
Vervolgens heeft ze haar werkperiode besteed aan het ontwikkelen van een film over Overvecht in de begintijd. Het resultaat noemt ze een virtueel monument. Niet alleen voor naoorlogse wijken zelf, maar ook voor het gedachtegoed in de periode van ‘de Vooruitgang’ (jaren zestig en zeventig). Waarschijnlijk zullen veel typische kenmerken van deze stedenbouw de komende 10 jaar onder de sloophamer verdwijnen.
Kool bracht voor deze film een aantal 2D- en 3D-technieken samen die ook tijdens ontwerpprocessen in stedenbouw en (landschaps-)architectuur worden gebruikt. Het resultaat is geen speelfilm en geen documentaire, maar een film die volledig in de computer is opgebouwd. Er komen zelfs geen nieuw gefilmde beelden aan te pas. Alle materiaal is afkomstig uit archieven van oud bewoners en het Utrechts Archief.
De pilot van deze ‘3D-documentaire’ was begin 2008 op verschillende plekken in de wijk te zien, onder meer in de openbare bibliotheek. Veel Overvechters, zowel de bewoners van het eerste uur als de jongere generatie maakten daar de ‘tijdreis’ van de film ‘Overvecht – zo tussen ’64 en ‘75’.
De definitieve versie van deze film van een half uur ging eind september 2008 in première op het Nederlands Filmfestival, was te zien in Centraal Musuem Studio en werd in november gepresenteerd in De Vechtclub (samen met de film van Neeltje ten Westenend).