terug naar Neeltje ten Westenend Neeltje ten Westenend
herfst en winter 2007

Op zaterdag 4 juni 2005 kwam de, tot dan toe nog ietwat slaperige, Vinex-wijk Vathorst in Amersfoort tot leven. In een parade van auto’s, op kleur gesorteerd, reden de bewoners volgens een bepaalde choreografie door de wijk. De plaatselijke fanfare, vlaggenzwaaiers en majorettes waren getooid in kostuums en hippe lentegele jurkjes van Neeltje ten Westenend.
Een feestelijk ritueel voor de nieuwe wijk. Om dit project voor te bereiden woonde de ontwerpster enkele maanden in de wijk, leerde er veel mensen kennen, en onderzocht met name hoe de bewoners zich tot de nieuwe openbare ruimte verhielden. Ze ondervond dat de wijk volledig was ingericht op het gebruik van de auto en raakte gefascineerd door het gegeven dat de openbare ruimte er voornamelijk werd ervaren vanuit auto’s en door uitzichten vanuit huizen. Hieruit kwam een ontwerp voort dat bestond uit een scenario waarin de auto, als verlengstuk van het wooninterieur, de hoofdrol speelde.
Neeltje ten Westenend zit in haar projecten de mensen waarmee zij werkt letterlijk ‘dicht op de huid’. Met een achtergrond als coupeuse maakt zij kleding, die ze eerder ziet als een middel om betrokkenheid te vergroten en van dichtbij te kunnen onderzoeken, dan als definitief product. Na de Modevakschool doorliep ze de afdeling ‘Man and Public Space’ aan de Design Academy in Eindhoven. Het tactiele en het beweeglijke van stoffen, maar ook het verhalende aspect van textiel bleven haar intrigeren. Liever dan als modeontwerper of kunstenaar ziet ze zichzelf als ontwerper van de publieke ruimte. ‘Daarbij neem ik de dagelijkse werkelijkheid als uitgangspunt; de sociale interactie die daarin plaats vindt; mogelijke behoeften die ik signaleer. Ik intensiveer die werkelijkheid of geef er een draai aan, zodat mensen voor even met een verscherpte blik naar zichzelf en elkaar kunnen kijken.’

Nettenknopen
Voor een afstudeeropdracht ‘om het toerisme te bevorderen’ in het Normandische kustplaatsje Yport, blies Neeltje het oude plaatselijke ambacht van het nettenknopen nieuw leven in. Ze ontwierp een collectie schorten voor zes belangrijke vertegenwoordigers van de plaatselijke middenstand. De schorten zijn een combinatie van bedrijfskleding en klederdracht waarin visnetten zijn verwerkt. Uiteindelijk werden de kok, de kapster en de slager, het meisje van de bakker en de eigenaar van het souvenirwinkeltje met zijn vrouw, tegen de achtergrond van de branding, in hun speciale schorten gefotografeerd. ‘Op deze manier wilde ik hen het toerisme tegemoet laten treden met trots, vanuit hun eigen cultureel bewustzijn.’

Geen overkant
In Overvecht is het Neeltje ten Westenend opgevallen dat het zo stil is op straat. Dit prikkelde haar om de gedeelde ervaringen van de bewoners te onderzoeken. Tijdens haar voorbereidende bezoeken aan de flat ervoer zij aan den lijve dat er voor bewoners van een 10-hoog flat weinig gelegenheid tot ontmoeting en communicatie is. De galerijen die de meeste na-oorlogse flats kennen ontbreken hier. Je stapt uit de lift en komt terecht in een klein halletje dat je alleen met je naaste buren deelt. Aan de andere kant heb je wél een weids gevoel in de flats door het geweldige uitzicht dat tot boven de bomen reikt. ‘Hoe is het om zo hoog te wonen, wat is je relatie met de straat als je geen hoek, geen overkant en geen hiernaast ervaart? Wie zijn je buren en wat is de onderlinge interactie, is deze intern gericht binnen het verticale woonblok?’ Voor het project In Overvecht wilde ten Westenend een format ontwerpen, waarin ze dwarsverbanden kon leggen tussen de bewoners. Ze werkte voor dit project samen met Henriette Waal, die dezelfde opleiding heeft gevolgd. ‘Wij vullen elkaar goed aan, omdat ikzelf altijd de menselijke maat als uitgangspunt neemt en Henriette graag op grote schaal, in relatie tot de architectuur werkt. Een noodzaak, wil je in een grootschalige wijk als Overvecht iets zichtbaar maken.’ 

De verschillende manieren waarop bewoners hun uitzicht beleven vormden voor Neeltje ten Westenend aanleiding om de openbare ruimte vanuit hun perspectief te benaderen. Het onderzoek over de betekenis van hoog wonen kreeg een vervolg in een videofilm. Voor de film is gezocht naar plekken en gebeurtenissen waarin de uitzichten samenkomen.
Alledaagse handelingen werden geregistreerd, zoals grasmaaiers en boomsnoeiers, maar ook bijzondere jaarlijkse evenementen als een buurtfeest en plantjesdag. Deze terugkerende handelingen en feestelijke momenten zijn vanuit verschillende standpunten vanuit tienhoog flats vastgelegd.
De videofilm Perfect Day die Ten Westenend samen met Henriette Waal maakte (30 minuten) ging eind september 2008 in première op het Nederlands Filmfestival, was te zien in Centraal Museum Studio en werd in november gepresenteerd in De Vechtclub (samen met de film van Renée Kool).